direct naar inhoud van Artikel 3 Maatschappelijk
Plan: Van Oldeneellaan 18
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0826.BSPVanOldeneell18-OH01

Artikel 3 Maatschappelijk

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maatschappelijke voorzieningen;
  • b. voorzieningen van verkeer en verblijf;
  • c. tuinen en erven;
  • d. groenvoorzieningen.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, mag het bouwvlak volledig worden bebouwd.

3.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 8 m¹;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m¹;
  • d. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60°.
3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:

  • a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden;
  • b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw niet meer mag bedragen dan 1 m;
  • c. De bouwhoogte van vlaggenmasten en antennes mag niet meer bedragen dan 8 m;
  • d. De bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
3.3 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing op het bouwperceel.

3.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:

  • a. Lid 3.2.3onder b voor het toestaan van hogere erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, mits:
    • 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5 m;
    • 2. dit uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    • 3. dit passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van de omgeving en het plaatselijk straatbeeld;
    • 4. hiertegen geen bezwaren zijn uit oogpunt van verkeersveiligheid.