Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Oranjestraat 129
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0784.BPOranjestraat129-vg01

Artikel 11 Algemene ontheffingsregels

 
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van de regels in dit
bestemmingsplan voor:
  1. de maximale en minimale hoogte, dakhelling, breedte-, oppervlakte-, en inhoudsmaten voor de bebouwing als aangegeven op de verbeelding, dan wel omschreven in de planregels, met dien verstande dat:
    1. de afwijking van enige maat ten hoogste 10% bedraagt;
    2. de bestemmingsgrens dan wel het bouwvlak aan de wegzijde niet wordt overschreden.
  2. het overschrijden van de bebouwingsgrens voor de bouw van bouwwerken van ondergeschikte aard zoals loggia’s, erkers, keldertoegangen, dakoverstekken, luifels en balkons, die qua aard en afmeting bij de bestemming passen met inachtneming van de volgende bepalingen:
    1. de overschrijding van de bebouwingsgrens mag maximaal 1.50 meter bedragen;
    2. de goothoogte van de bouwwerken mag maximaal 3.00 meter bedragen;
    3. de nokhoogte van de bouwwerken mag maximaal 4.50 meter bedragen;
    4. ingangspartijen tot maximaal 2.00 meter, mits het bebouwde maximaal 6.00 m2 en de bouwhoogte maximaal 3.00 meter zal bedragen;
    5. en voor zover deze overschrijding van grenzen niet leidt tot wijziging van bestemmingen of onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
  3. het toestaan van het in gebruik nemen als woonruimte van een bijgebouw, mits:
    1. de aanvraag geschiedt door de eigenaar van het perceel, aan wie ook de ontheffing wordt verleend;
    2. het college onafhankelijk advies vraagt aan een ter zake deskundige, waarbij de bij het besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte beslisboom en de geschiktheid van de locatie en het object worden betrokken. Eventuele aanbevelingen ten aanzien van de locatie en het object dienen onderdeel uit te maken van de bouwaanvraag;
    3. betrokkenen een verklaring ‘mantelzorg in bijwoonsituaties’ ondertekenen. In het geval dat één van de partners een indicatie heeft voor bijwoning in het kader van mantelzorg, zullen beiden in aanmerking komen voor bijwoning;
    4. op het moment dat de zorgbehoevende verhuist, overlijdt of de zorgbehoefte op enige andere wijze niet meer van toepassing is, de ontheffing van rechtswege komt te vervallen. Het bijgebouw dient vervolgens conform de bestemming in gebruik genomen te worden en moet dusdanig worden ontmanteld dat bewoning niet meer mogelijk is. In het geval dat sprake is van een achterblijvende partner zal de situatie voor één jaar worden gedoogd, om zodoende de achterblijvende partner de gelegenheid te geven vervangende woonruimte te vinden of een op zichzelf betrekking hebbende afwijking aan te vragen;
    5. daar waar mogelijk een koppeling wordt gelegd met de financieringsmogelijkheden van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en voor onderdelen van het Bouwbesluit ontheffing zal worden verleend, voor zover het niet brandveiligheid of hygiëne betreft;
    6. aan alle overige bepalingen van de gemeentelijke beleidsregels Mantelzorg in bijwoonsituaties wordt voldaan.