direct naar inhoud van Artikel 2 Wijze van meten
Plan: Natuurbegraafplaats De Hoevens
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0785.BP2012003Dehoevens-ow01

Artikel 2 Wijze van meten

Meetregels:

Bij de toepassing van dit plan wordt als volgt gemeten:

2.1 Afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens van een bouwperceel:

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en enig punt van het bouwwerk waar die afstand het kortste is.

2.2 Dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3 Goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.4 Bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf peil tot aan het hoogste punt van een gebouw, of bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.

2.5 Horizontale diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken van een voorgevel en een achtergevel.

2.6 Inhoud van een bouwwerk:

gemeten tussen de buitenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en / of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en/of dakkapellen.

2.7 Oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelmuren en / of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein, ter plaatse van het bouwwerk.

2.8 Verticale diepte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot het laagste punt van een bouwwerk, fundering niet meegerekend.

2.9 Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en /of de buitenwaartse verticale projecties van bouwdelen en/of harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven peil.

2.10 Peil:
  • a. a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
    de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
    de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang, bij voltooiing van die bouw.

Ondergeschikte bouwdelen.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen van beperkte afmetingen die buiten de hoofdmassa van een gebouw uitsteken, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, licht- antenne – en vlaggemasten, windvanen, wolfeinden, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, balkons- en terrashekken en dergelijke, dakkapellen, andere ondergeschikte dakopbouwen, liftschachten en overige overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.