direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Parapluplan gemeente Goirle
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0785.BP2018001Paraplupl-ow01

Toelichting

Hoofdstuk 1 INLEIDING

Dit hoofdstuk beschrijft de aanleiding tot het opstellen van het paraplubestemmingsplan en het doel van dit paraplubestemmingsplan. Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op de ligging en begrenzing van het plangebied. Tevens beschrijft dit hoofdstuk de opbouw van het bestemmingsplan en de inhoud van het resterende gedeelte van deze toelichting.

1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Een paraplubestemmingsplan biedt de mogelijkheid alle (of een groot aantal) bestemmingsplannen binnen de gemeente in één keer te herzien voor een of meer onderwerpen. Dit paraplubestemmingsplan gaat over de volgende onderwerpen:

  • terrassen;
  • standplaatsen;
  • evenementen;
  • parkeren;
  • zendmasten;
  • afstand tot bouwwerken.

De navolgende paragrafen lichten toe waarom deze onderwerpen opgenomen zijn in het paraplubestemmingsplan.

1.1.1 Terrassen

Voor de exploitatie van terrassen is een vergunning van de burgemeester nodig. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016 (hierna: APV) is het formeel juridisch niet mogelijk om een exploitatievergunning (inclusief de exploitatie van een terras) voor een terras te verlenen. Met dit paraplubestemmingsplan wordt deze mogelijkheid wel geschapen.

Dit paraplubestemmingsplan vult de bestemmingsomschrijving van de bestemmingsplannen waarin dat nodig is aan zodat terrassen mogelijk worden gemaakt. Tevens worden de gebruiksregels aangevuld met een bepaling dat terrassen uitsluitend toegestaan zijn bij een (para)horeca-activiteit.

Terrassen kunnen ook onderdeel zijn van sportcomplexen. Door het aanvullen van de begripsbepalingen en het toevoegen van een koppeling tussen terrassen en een (para)horeca-activiteit in de gebruiksregels worden ook de terrassen die onderdeel zijn van sportcomplexen op een adequate manier planologisch-juridisch geregeld.

1.1.2 Standplaatsen

Voor de exploitatie van standplaatsen is een vergunning van het college van burgemeester en wethouders nodig. Op grond van de APV is het formeel juridisch niet mogelijk om een exploitatievergunning (inclusief de exploitatie) voor een standplaats te verlenen. Met dit paraplubestemmingsplan wordt deze mogelijkheid wel geschapen.

1.1.3 Evenementen

Net als terrassen zijn evenementen veelal niet mogelijk gemaakt in de vigerende bestemmingsplannen terwijl de APV evenementen wel toestaat (al dan niet na het stellen van aanvullende regels). Zonder vergunning van de burgemeester is het overigens verboden om een evenement te organiseren. Om evenementen, onder voorwaarden, toe te staan en de spanning tussen bestemmingsplan en APV op te lossen, worden evenementen ook opgenomen in dit paraplubestemmingsplan.

Het paraplubestemmingsplan bevat regels die evenementen zonder versterkte muziek toestaan. Evenementen met versterkte muziek worden niet toegestaan tenzij uit geluidonderzoek blijkt dat er geen onevenredig nadelige effecten op de omgeving optreden.

1.1.4 Parkeren

Per 1 juli 2018 vervallen de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening. Een van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen is dat er vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de bouwverordening getoetst kan worden aan parkeernormen. Dit is onwenselijk. Met dit paraplubestemmingsplan worden in bestemmingsplannen waarin dat nodig is parkeernormen opgenomen.

1.1.5 Zendmasten

Dit parapluplan wijzigt een aantal bestemmingsplannen om de plaatsing van zendmasten mogelijk te maken als daar fysiek ruimte voor beschikbaar is.

1.1.6 Afstand tot bouwwerken

Met het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening per 1 juli 2018 vervalt ook een standaardbepaling over de onderlinge afstand tot bouwwerken. Dit paraplubestemmingsplan voegt deze standaardbepaling toe aan een aantal bestemmingsplannen, waarin dat nodig is.

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied

Dit paraplubestemmingsplan heeft betrekking op het grondgebied van de gemeente Goirle waarin de bestemmingsplannen zoals genoemd in bijlage 1 bij de plantoelichting van toepassing zijn. Ook de grenscorrectie van 1 januari 2018 waarbij gronden (Bakertand) van de gemeente Tilburg overgingen op de gemeente Goirle is onderdeel van het plangebied.

1.3 Bij het plan behorende stukken

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding die weergeeft op welke bestemmingsplannen en onderliggende bestemmingen dit parapluplan betrekking heeft, planregels waarin de onderliggende bestemmingen op onderdelen gewijzigd worden en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.

Bijlage 1 bij deze toelichting laat zien welke bestemmingsplannen gewijzigd worden door dit paraplubestemmingsplan en voor welke onderwerpen uit paragraaf 1.1 deze wijziging van de bestemmingsplannen plaatsvindt. In bijlage 1 bij de toelichting is ook weergegeven wanneer de diverse bestemmingsplannen vastgesteld zijn.

1.4 Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit 4 hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk gaat in op het beleid van Rijk, provincie en gemeente dat relevant is voor dit paraplubestemmingsplan. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet van de regels. Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) van deze toelichting gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2 BELEIDSKADERS

Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het relevant beleid van Rijk, provincie en gemeente dat van kracht is bij het opstellen van dit bestemmingsplan.

2.1 Rijk

2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 zou moeten uitzien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daarbij streeft het Rijk naar een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid.

Daarnaast verstevigt de SVIR het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De verantwoordelijkheid om te sturen in de ruimtelijke ordening wordt door de SVIR nog meer bij de provincies en gemeenten gelegd. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Dit houdt in dat de betekenis van de nationale structuurvisie voor het bestemmingsplangebied zodoende zeer beperkt blijft.

De SVIR richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Door decentralisatie van bevoegdheden wordt het relevante afwegingskader gevormd door het beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Goirle.

Conclusie

Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt in dit geval op gemeentelijk niveau plaats.

2.1.2 AMvB Ruimte

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, stelt het Rijk een aantal regels voor die betrekking hebben op de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen zijn: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan.

Conclusie

De AMvB Ruimte heeft geen betrekking op het onderhavig bestemmingplan.

2.2 Provincie

2.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) in werking getreden, nadat provinciale staten de structuurvisie op 7 februari hebben vastgesteld. De SVRO schetst de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie, maar bindt gemeenten niet rechtsreeks. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wro biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale verordening. In de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn de kaderstellende elementen uit de structuurvisie vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.

De provincie stuurt door middel van vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. In deze structuren worden de belangrijkste, maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen en kiest de provincie voor een bepaalde ordening van functies. Hiermee wil de provincie een gevarieerd en aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat ontwikkelen waarin een kennisinnovatieve economie centraal staat voor een duurzaam Noord-Brabant. Het principe van 'behoud en ontwikkeling' staat hierin centraal.

Conclusie

Uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 volgen geen kaders die relevant zijn voor dit paraplubestemmingsplan. De afweging vindt plaats op gemeentelijk niveau.

2.2.2 Verordening ruimte Noord-Brabant

In hun vergadering van 7 februari 2014 en 14 maart 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 vastgesteld. Vervolgens is deze op 18 maart 2014 door Gedeputeerde Staten gewijzigd. De Verordening ruimte 2014 is met ingang van 19 maart 2014 in werking getreden. In hun vergadering van 10 juli 2015 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Verordening ruimte 2014 opnieuw vastgesteld. Op 15 juli 2015 is deze opnieuw vastgestelde verordening in werking getreden. Een geconsolideerde versie van de Verordening ruimte is op 15 juli 2017 van kracht geworden als de Verordening ruimte Noord-Brabant.

De onderwerpen die in de verordening staan, zijn afgeleid uit eerdergenoemde structuurvisie (paragraaf 2.2.1). Belangrijke onderwerpen in de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn:

  • ruimtelijke kwaliteit;
  • stedelijke ontwikkeling;
  • natuurgebieden en andere waardevolle gebieden;
  • agrarische ontwikkelingen, waaronder het waarborgen van zorgvuldige veehouderij;
  • overige ontwikkelingen in het landelijk gebied.

In de structuurvisie is beschreven welke belangen de provincie Noord-Brabant wil behartigen en hoe zij dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Door middel van structuren en aanduidingen worden regels aan gebieden toegekend. In de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn daarnaast regels opgenomen waaraan ruimtelijke plannen dienen te voldoen.

Conclusie

Uit de Verordening ruimte Noord-Brabant volgen in dit geval geen kaders die relevant zijn voor dit bestemmingsplan. Het relevant beleid bestaat uit het beleid van de gemeente Goirle.

2.3 Gemeente

2.3.1 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Goirle 2016

Op 3 november 2015 heeft de gemeenteraad van Goirle de 'Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2016' (APV) vastgesteld. De APV stelt onder andere eisen aan evenementen (hoofdstuk 2, afdeling 7 en hoofdstuk 4, afdeling 1), terrassen (hoofdstuk 2, afdeling 8), parkeren (hoofdstuk 5, afdeling 1) en (standplaatsen voor) ambulante handel (hoofdstuk 5, afdelingen 3 en 4). Het bepaalde in de APV wordt door dit bestemmingsplan niet gewijzigd en is ook niet in strijd met dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan zorgt dat wat bij APV toegestaan is ook planologisch goed geregeld wordt.

Conclusie

Het bepaalde in de APV leidt niet tot belemmeringen van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

2.3.2 Bouwverordening Goirle 2012

Op 20 december 2012 is de 'Bouwverordening Goirle 2012' in werking getreden. Deze bouwverordening is op 1 oktober 2014 in vernieuwde vorm in werking getreden. In artikel 2.5.17 stelt de bouwverordening eisen aan de ruimte tussen bouwwerken. Zo moet volgens het eerste lid van dit artikel de zijdelingse begrenzing van een bouwwerk zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en een bouwwerk op een aangrenzend erf geen ruimten ontstaan die:

  • a. vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn;
  • b. niet toegankelijk zijn.

Op grond van artikel 2.5.17, tweede lid kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in het eerste lid., mits er in de vrij te laten ruimte voldoende mogelijkheden zijn voor reiniging en onderhoud.

Deze bepaling is nodig om het ontstaan van nauwe en onveilige steegjes te voorkomen. Per 1 juli 2018 vervallen de stedenbouwkundige bepalingen de bouwverordening echter. Om het voorkomen van stegen te waarborgen, wordt deze bepaling met behulp van dit paraplubestemmingsplan opgenomen in een aantal bestemmingsplannen.

In artikel 2.5.30 stelt de Bouwverordening Goirle 2012 eisen aan parkeren. Dit artikel bepaalt dat er in, op, onder en/of rond een gebouw voldoende ruimte voor het parkeren moet zijn. Het beoordelingskader voor het bepalen wanneer er sprake is van voldoende ruimte voor parkeren wordt daarbij gevormd door de publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW. Artikel 2.5.30 van de bouwverordening bepaalt ook dat er aan, in of onder een gebouw voldoende ruimte moet zijn voor het laden en lossen van goederen. Als er door bijzondere omstandigheden niet voorzien kan worden in voldoende parkeerruimte of als er op andere wijze dan door het realiseren van parkeergelegenheid voorzien kan worden in voldoende parkeerruimte, dan kan het bevoegd gezag door middel van een omgevingsvergunning afwijkingen van bepalingen uit artikel 2.5.30 van de bouwverordening.

Om na het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening toch regels te kunnen stellen aan parkeren wordt het bepaalde in artikel 2.5.30 van de Bouwverordening Goirle 2012 verwerkt in de planregels van bestemmingsplannen, waarin dat nodig is.

Conclusie

Dit bestemmingsplan zorgt voor voortzetting van artikelen ten aanzien van de ruimte tussen bouwwerken en parkeren uit de Bouwverordening Goirle 2012 nadat de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening zijn vervallen. Er bestaat geen strijdigheid tussen de bouwverordening en het bestemmingsplan.

2.3.3 Beleidsregels terrassen

Op 4 april 2016 heeft de burgemeester van Goirle de 'Beleidsregels terrassen: Voorschriften voor terrassen in de gemeente Goirle' vastgesteld. Deze beleidsregels geven aan op welke manier invulling wordt gegeven aan de bevoegdheid tot het verlenen van vergunningen voor terrassen. De beleidsregels bevatten voorwaarden die gesteld worden aan een terras. Deze voorwaarden worden bij een verleende vergunning voor exploitatie van een terras gevoegd. Als er niet voldaan wordt aan de beleidsregels, dan kan de vergunning worden ingetrokken. De beleidsregels gaan met name over de functionaliteit van het openbaar gebied en stellen eisen aan de inrichting van terrassen. Dit laatste als aanvulling van bestaande juridische kaders en bestaand beleid zoals de APV, de Drank- en Horecawet en het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer.

Conclusie

Dit paraplubestemmingsplan maakt het realiseren en gebruiken van een terras planologisch mogelijk. Het toetsingskader voor beantwoording van de vraag of een terras wenselijk wordt nog steeds gevormd door de bovengenoemde 'Beleidsregels terrassen: Voorschriften voor terrassen in de gemeente Goirle'. Deze beleidsregels verzetten zich niet tegen dit bestemmingsplan.

2.3.4 Evenementenbeleid

In de op 6 maart 2007 vastgestelde 'Evenementenbeleidsnota' stelt de gemeente Goirle eisen aan evenementen. Voor evenementen moet doorgaans een vergunning aangevraagd worden. Kleine evenementen vormen hier een uitzondering op. Voor kleine evenementen kan volstaan worden met een vergunning. Een klein evenement is een evenement dat:

  • a. niet meer dan 50 aanwezigen telt;
  • b. tussen 10:00 uur en 00:30 uur plaatsvindt;
  • c. geen muziek ten gehore brengt na 23:00 uur;
  • d. giet plaatsvindt op een rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of op een andere manier een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
  • e. voorziet in de plaatsing van objecten met een oppervlakte van minder dan 10 vierkante meter per object;
  • f. een organisator kent;
  • g. door de organisator binnen 14 dagen voorafgaand aan het evenement gemeld is aan het bevoegd gezag;

In de volgende situaties is het aanvragen van een vergunning voor een evenement noodzakelijk:

  • als het evenement voor het publiek toegankelijk is;
  • als het evenement niet voor publiek toegankelijk is (besloten), maar wordt gehouden op een locatie die normaal gesproken wel voor publiek toegankelijk is;
  • als een evenement in een tent, in de open lucht of in een bestaand gebouw wordt gehouden, en deze locatie daar normaal gesproken niet voor bestemd is (onder andere van belang in verband met brandveiligheid in een tent of een gebouw);
  • als er alcoholische dranken worden verstrekt buiten een horecabedrijf;
  • voor (levende) muziek of geluidinstallaties, anders dan voor normaal en huiselijk gebruik;
  • als plaatsing van een toiletwagen (in verband met afvoer) nodig is;
  • als verkeersmaatregelen nodig zijn om het evenement te kunnen houden.

Dit bestemmingsplan maakt duidelijk wat voor evenementen wel en niet toegestaan worden. Evenementen waarbij versterkte muziek ten gehore wordt gebracht zijn niet toegestaan, tenzij uit onderzoek blijkt dat er geen onevenredig nadelige effecten op de omgeving optreden. Als dat laatste het geval is, dan kan het evenement met versterkte muziek toegestaan worden.

Conclusie

Het evenementenbeleid van de gemeente Goirle is niet in strijd met dit bestemmingsplan. Waar nodig zorgt dit bestemmingsplan voor nadere inkadering van evenementen.

2.3.5 Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan

Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan' (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Het beleid moet aansluiten bij de ambities en de speerpunten die de gemeente heeft en moet tevens passen binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen.

In het GVVP worden de thema's verkeersveiligheid, fiets, bereikbaarheid en verkeerscirculatie, voetgangers/mindervaliden, parkeren, openbaar vervoer en leefbaarheid en milieu besproken. Het GVVP bepaalt onder andere de parkeernormen voor nieuwe functies. De beschikbare parkeervoorzieningen moeten voldoen aan de normen zoals gesteld in de publicatie "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" van het CROW. Met dit parapluplan worden deze normen van toepassing verklaard voor andere bestemmingsplannen. De normen zijn alleen van toepassing bij vestiging van nieuwe functies.

Conclusie

Ten aanzien van het GVVP wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de uitvoering van het plan.

2.3.6 Antennebeleid

In het 'Antennebeleid' uit 2013 formuleert de gemeente Goirle afwegingscriteria voor het plaatsen van een antenne-installatie. Met behulp van deze criteria kan bij toetsing aan het beleid een goede belangenafweging tussen het belang van een goede dekking van het mobiele netwerk versus andere belangen gemaakt worden. Het antennebeleid biedt daarmee een juridisch kader voor de toetsing van een aanvraag tot plaatsing van een antenne-installatie zodat een goede ruimtelijke inpassing en een goede dekking van mobiele netwerken in de toekomst gegarandeerd kunnen worden.

Dit paraplubestemmingsplan maakt in een aantal bestemmingsplannen in de algemene afwijkingsregels het plaatsen en gebruiken van een antennemast en antenne-installatie mogelijk, mits deze geen groter oppervlak dan 60 vierkante meter hebben en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 40 meter. Het toetsingskader zoals dat door het Antennebeleid gevormd wordt blijft daarbij intact.

Conclusie

Het Antennebeleid leidt niet tot strijdigheid met dit paraplubestemmingsplan.

Hoofdstuk 3 OPZET PLANREGELS

In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de verschillende regels die van toepassing zijn op de bestemmingsplannen die door dit bestemmingsplan aangevuld en/of herzien worden.

3.1 Plansystematiek

Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels, Voor de opbouw van de regels is aangesloten bij de geldende Standaard vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP).

3.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels

Dit hoofdstuk bevat twee artikelen over de in het plan gehanteerde begrippen en de wijze van meten.

Begrippen

In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Er wordt overwegend aangesloten bij de begrippen zoals gehanteerd in de bestemmingsplannen die genoemd worden door bijlage 1 bij deze toelichting (Overzicht vigerende bestemmingsplannen die gewijzigd worden). Dit bestemmingsplan voegt ter verduidelijking in een aantal gevallen begrippen toe aan voornoemde bestemmingsplannen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Als gebruikte begrippen niet in artikel 1 voorkomen dan geldt de uitleg/interpretatie die daaraan in het dagelijkse taalgebruik wordt gegeven.

Wijze van meten

De wijze van meten zoals bepaald in de bestemmingsplannen zoals bedoeld in bijlage 1 bij deze toelichting wordt door dit bestemmingsplan niet gewijzigd.

3.3 Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels

De bestemmingen zoals gehanteerd in de in bijlage 1 bij deze toelichting genoemde bestemmingsplannen worden door dit bestemmingsplan niet gewijzigd.

3.4 Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels

Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling en de algemene aanduidingsregels.

Anti-dubbeltelbepaling

In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan.

Algemene aanduidingsregels

Dit artikel bepaalt hoe de artikelen van de bestemmingsplannen uit bijlage 1 bij deze toelichting gewijzigd worden. Per bestemmingsplan is in dit artikel een sublid opgenomen. Dit sublid is gekoppeld aan een aanduiding op de verbeelding. De aanduiding op de verbeelding heeft dezelfde titel als het lid. De titel van het lid en de aanduiding bestaat in alle gevallen uit 'overige zone –' gevolgd door de naam van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld 'overige zone – Kom Riel'. Op de verbeelding is te zien waar in de gemeente Goirle het bestemmingsplan ligt.

De bestemmingsplannen worden in de volgorde die ook in bijlage 1 bij deze toelichting aangehouden is, behandeld in dit artikel. Dit paraplubestemmingsplan wijzigt in ieder bestemmingsplan dat in bijlage 1 bij deze toelichting genoemd is een of meerdere bepalingen. De volgorde die daarbij aangehouden wordt is als volgt:

  • 1. terrassen;
  • 2. standplaatsen ambulante handel;
  • 3. evenementen;
  • 4. parkeren;
  • 5. zendmasten;
  • 6. afstand tot bouwwerken.

De bovenstaande onderwerpen zijn steeds opgenomen in een separaat sublid. Als bijvoorbeeld terrassen wel genoemd wordt en evenementen ook maar standplaatsen ambulante handel niet, dan wijzigt dit parapluplan het bestemmingsplan wel ten aanzien van de bepalingen voor terrassen en evenementen maar niet voor standplaatsen voor ambulante handel. In bijlage 1 bij deze toelichting is per bestemmingsplan terug te vinden welke artikelen gewijzigd worden door dit paraplubestemmingsplan. In die bijlage is ook na te gaan voor welke onderwerpen deze wijziging plaatsvindt.

De redactie van de wijzigingen die dit paraplubestemmingsplan in de bepalingen aanbrengt is zo uniform mogelijk gehouden.

Algemene wijzigingsregels

Dit artikel biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid om de aanvraag van een omgevingsvergunning te toetsen aan de meest recente versies van wet- en regelgeving als die wet- en regelgeving gedurende de geldigheid van het plan wordt gewijzigd.

3.5 Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel

Overgangsrecht

In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing opgenomen. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Gebruik dat strijdig was met het vorige bestemmingsplan blijft strijdig. Er is geen sprake van legalisatie van reeds strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds worden gehandhaafd. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Het overgangsrecht volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening, dat verplicht (artikel 3.2.1) tot het opnemen van een standaard overgangsregel voor bouwwerken (artikel 3.2.1) en gebruik (artikel 3.2.2).

Slotregel

Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Hoofdstuk 4 UITVOERBAARHEID

4.1 Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten, de kosten te verhalen op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient vastgelegd te worden in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

Dit paraplubestemmingsplan voorziet in het planologisch-juridisch regelen van diverse onderwerpen binnen een groot aantal bestemmingsplannen binnen de gemeente Goirle. Aan dit plan zijn, behoudens de kosten van het opstellen van dit plan, geen kosten verbonden voor de gemeente. Ook voorziet dit plan niet in een bouwplan waardoor er geen exploitatieplanverplichting is.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het plan is onderworpen aan inspraak en heeft ter inzage gelegen voor ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. Tijdens deze periode konden zij schriftelijk een zienswijze indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Van de gevoerde inspraakprocedure is een eindverslag opgesteld dat als bijlage 2 bij deze toelichting is opgenomen. Van het gevoerde overleg is, op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, een verslag gemaakt dat eveneens in de bijlagen is opgenomen (bijlage 3).